Trainen
11 modules in 3 families, van het herkennen van de woordenschat tot spreken.
Op het examen is uw eindniveau het laagste van uw zes descriptoren — de zwakste schakel beslist.
Woordkennis
ICAO-woordenschat, eerst op schrift en dan op gehoor herkend.
- Woordenschat op schriftTraint: WoordenschatDe term staat er geschreven: definities, valse vrienden, valkuilen voor Franstaligen.
- Woordenschat op gehoorTraint: WoordenschatBegripHetzelfde corpus, maar de term wordt gehoord in plaats van gelezen.
- Woordenschat hardopTraint: WoordenschatHetzelfde corpus: de definitie wordt voorgelezen, u zegt de term.
Radio begrijpen
Een echte radioboodschap begrijpen en er daarna verslag van doen.
- ATIS beluisterenTraint: WoordenschatBegripHet bulletin van één luchtvaartterrein, vóór aankomst: quiz of invuloefening.
- VOLMET beluisterenTraint: WoordenschatBegripHet weer van meerdere luchtvaartterreinen, onderweg: quiz of invuloefening.
- ATC-readbackTraint: UitspraakBegripU krijgt een klaring: lees die hardop terug, of vul de weggelaten waarden in.
- ATC LiveTraint: UitspraakBegripInteractieU spreekt, de verkeersleider antwoordt.
Spreken
Engels spreken wanneer u voor een situatie staat.
- Ongewone situatiesTraint: UitspraakStructuurWoordenschatVloeiendheidEen onverwachte situatie: reageer hardop, aviate navigate communicate.
- BeeldbeschrijvingTraint: UitspraakStructuurWoordenschatVloeiendheidBeschrijf een luchtvaartbeeld in de microfoon.
- Vragen over een fotoTraint: UitspraakStructuurWoordenschatEen examinator stelt u vragen over het tafereel: antwoord hardop.
- InterviewvragenEen reeks vragen in de stijl van de examinator.Binnenkort